Economie & ondernemen

De Zedelgemse economie wordt enerzijds door enkele uiterst belangrijke grote bedrijven gedragen en anderzijds door talrijke even belangrijke ambachtelijke ondernemingen, die van Zedelgem “Zedelgem Industriegemeente” (IZ) maken. Hiertoe behoort ook de land- en tuinbouwsector. De kennis met betrekking tot natuur- en groenbeheer, waarover de land- en tuinbouwsector beschikt, kan voor de gemeentelijke groendienst worden aangesproken. N-VA streeft naar de oprichting van een overlegorgaan voor het uitstippelen van een economisch beleidsplan en de hierbij behorende invulling in het ruimtelijke structuurplan van de gemeente. Ook wegenwerken moeten vanuit het gemeentebestuur proactief worden gecommuniceerd. Het gemeentebestuur dient alle inspanningen te leveren om opdrachten bij ambachtslieden-inwoners uit te schrijven.

Zelfstandigen en KMO's

Zelfstandigen en KMO's zijn belangrijk voor de gemeenschap. Samen met het verenigingsleven vormen ze de kern van het sociale weefsel. Het is dus de plicht van de overheid om hier zoveel mogelijk een stimulerende rol te spelen.

Het ondernemersloket moet verder uitgebouwd worden en ook door de eigen diensten optimaal benut. Alle nodige aanvragen en informatie over subsidiemogelijkheden moet via een centraal punt op de gemeente gebeuren. Er moet hierbij ook maximaal gebruik gemaakt worden van de mogelijkheden van internet. Via dit ondernemersloket moet ook informatie kunnen opgevraagd worden over de verschillende handelszaken op de gemeente en hun aanbod aan producten en diensten. Ook moeten de eigen gemeentediensten, inclusief OCMW, moeten hiervan gebruik maken voor hun aankopen. Zo werden in het verleden belangrijke aankopen gedaan bij bedrijven van buiten de regio terwijl de grootste specialisten hiervan in Zedelgem zelf wonen en een vestiging hebben (zoals recent de aankoop en plaatsing van een rolstoellift door het OCMW).

Er is nood aan een bedrijvencentrum waar starters een beperkte ruimte (kantoor, productie, opslag) kunnen huren om bij groei daarna een eigen vestiging uit te bouwen. Daarnaast moet er in de dorpscentra ook voldoende winkelruimte zijn voor gespecialiseerde zaken. Inplantingen van winkelketens moeten strikt beperkt gehouden worden en kleinschalig blijven.

De gemeente moet ervoor zorgen dat er in de verschillende dorpscentra voldoende parkeergelegenheid is. Indien hiervoor een blauwe zone nodig is, moet de toegelaten parkeerduur voldoende lang zijn. Zone's waarbij men slechts één uur kan parkeren moeten beperkt worden tot clusters van maximum twee of drie plaatsen. Anders wordt de parkeerplaatsen exclusief gebruikt voor die beperkte groep van zelfstandige verstigingen waarbij de hoofdactiviteit iets afhalen is (bv. frituur, dagbladwinkel) maar worden ze ongeschikt voor de meerderheid van de handelszaken waarbij veelal het geven van gericht advies belangrijk is (kleding, kapper, kinesist, dokter, restaurant). Te korte parkeertijd zorgt ervoor dat de belangrijke aankopen gedaan worden in centra met onbeperkte parkeermogelijkheid.

Indirect is het ook belangrijk dat de overheid het verenigingsleven en het samenwerken van lokale verenigingen stimuleert. Dit resulteert dikwijls in activiteiten zoals de kermissen waarbij mensen ook van andere deelgemeenten of omgevende gemeenten naar een dorpscentrum komen. Hierbij leert men het aanbod of de diensten van de lokale minderstand kennen of maakt men er ook gebruikt van. Dit moet uiteraard op een correcte en transparante manier gebeuren.

N-VA staat open voor opmerkingen vanuit de (zelfstandigen)organisaties en is bereid zijn programma bij te sturen. De budgettaire ruimte zal echter beperkt zijn door de grote kosten van de absoluut noodzakelijke investering in de (ouderen)zorg. Deze investeringen werden veel te lang uitgesteld en komen nu ineens op ons af. Dit betekent dat er hoe dan ook creatief zal moeten nagedacht en bijgestuurd worden voor een optimaal zelfstandigenbeleid.